overlevende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·le·ven·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overlevende overlevenden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

overlevende v/m

  1. iemand die een levensbedreigende situatie overleefd heeft
    • Reddingswerkers zoeken nog steeds naar overlevenden van de aardbeving. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: overleven
verbogen vorm: overlevendee

overlevende

  1. verbogen vorm van overlevend, het onvoltooid deelwoord van overleven

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.