overlaten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overlaten
liet over
overgelaten
klasse 7 volledig

Werkwoord

overlaten

  1. erop vertrouwen dat een ander iets doet
    Laat dat maar aan de vakman over.
  2. maken dat er iets overblijft, niet compleet opgebruiken
    Wil je een beetje taart overlaten voor vanavond?
    We zullen wat tijd overlaten om vragen te kunnen stellen.

Zelfstandig naamwoord

overlaten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord overlaat