overlaten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overlaten
liet over
overgelaten
klasse 7 volledig

Werkwoord

overlaten

  1. erop vertrouwen dat een ander iets doet
    • Laat dat maar aan de vakman over. 
  2. maken dat er iets overblijft, niet compleet opgebruiken
    • Wil je een beetje taart overlaten voor vanavond? 
    • We zullen wat tijd overlaten om vragen te kunnen stellen. 

Zelfstandig naamwoord

overlaten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord overlaat

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.