overkomst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·komst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overkomst overkomsten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

overkomst v [1]

  1. het van ver weg bij ergens naar toe gaan
    • Dat is een politiek gevoelige maatregel, omdat familieleden van asielzoekers vaak zijn achtergebleven in erbarmelijke omstandigheden. De overheid is zich daarvan bewust, staat in de nota: 'Het risico van deze maatregel is dat het vanuit het maatschappelijk middenveld of de politiek niet wenselijk wordt geacht om vreemdelingen lang(er) te laten wachten op de beslissing over hun overkomst, zeker wanneer de gezinsleden in onveilige omstandigheden zijn achtergebleven in hun land van herkomst of een buurland.' [2] 
  2. (figuurlijk) het van een andere organisatie of partij komen
    • ‘Die regeringsjaren hebben de DUP veranderd’, zegt Jonathan Tonge, professor in Liverpool. ‘Van een protestpartij werd het een machtspartij. Dat is onder meer een gevolg van de overkomst van zo veel voormalige aanhangers van de Ulster Unionist Party. Slechts een derde van de DUP’ers is nu nog lid van de Free Presbyterian Church. Ook Arlene Foster, de huidige partijleidster, behoort niet tot de kerk van Paisley. Foster drinkt alcohol, om maar iets te zeggen. Het belangrijkste voor de partij is ondertussen extra geld voor Noord-Ierland. Fundamentalisten zijn het niet meer. Ik zou ze eerder rechtse populisten noemen.’ [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Volkskrant Daan Marselis Anneke Stoffelen 8 juli 2016
  3. de Standaard ZATERDAG 1 JULI 2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be