overkoepelend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·koe·pe·lend
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
overkoepelen

overkoepelend

  1. onvoltooid deelwoord van overkoepelen
stellend
onverbogen overkoepelend
verbogen overkoepelende
partitief overkoepelends

Bijvoeglijk naamwoord

overkoepelend

  1. (figuurlijk) waarin gelijksoortige organisaties onder een gezamenlijk leiding samenwerken
  2. (figuurlijk) waar een aantal gelijksoortige dingen onder vallen

Gangbaarheid