overklaste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·klas·te

Werkwoord

vervoeging van
overklassen

overklaste

  1. enkelvoud verleden tijd van overklassen
    • Ik overklaste. 
    • Jij overklaste. 
    • Hij, zij, het overklaste. 
  2. verbogen vorm van overklast, voltooid deelwoord van overklassen