overhoorden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·hoor·den

Werkwoord

vervoeging van
overhoren

overhoorden

  1. meervoud verleden tijd van overhoren
    • Wij overhoorden. 
    • Jullie overhoorden. 
    • Zij overhoorden.