overheersend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·heer·send

Werkwoord

vervoeging van: overheersen
verbogen vorm: overheersende

overheersend

  1. onvoltooid deelwoord van overheersen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overheersend overheersender overheersendst
verbogen overheersende overheersendere overheersendste
partitief overheersends overheersenders -

Bijvoeglijk naamwoord

overheersend

  1. dominerend, heerszuchtig, de overhand hebbend, penetrerend
    • De rode pepers waren te overheersend in het toch al heel scherpe gerecht. 
    • Hij was een overheersend type baas die niemand liet mee beslissen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be