overheen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·heen
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     overheen  
 persoonlijk     eroverheen  
aanwijz.   nabij     hieroverheen  
  veraf     daaroverheen  
  vragend/betrekk.     waaroverheen  

Bijwoord

overheen

  1. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord drukt een bedekking of overspanning uit
    Er ligt een brug overheen.
    Je doet hier dan nog een laag overheen.
  2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord drukt een overwinning van mentale problemen uit
    Hij was er nog lang niet overheen.
Vertalingen

Voorzetsel

overheen

Zowel scheidbaar als niet gescheiden
  1. drukt het passeren van een grenslijn uit
    Een kleinere groep (ca. 20% van hen die overheen de gemeentegrens verhuizen) migreert van of naar het buitenland.[1]
    Hij reed over de brug heen.
Opmerkingen
  • In het zuiden niet gescheiden, in het noorden meestal wel.
Verwijzingen
  1. Vlaamse statistieken, strategisch management en surveyonderzoek