overhaast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·haast
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: overhaasten…
verbogen vorm: overhaaste

overhaast

  1. voltooid deelwoord van overhaasten
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overhaast overhaaster (overhaastst) *
verbogen overhaaste overhaastere (overhaastste) *
partitief overhaasts overhaasters -

Bijvoeglijk naamwoord

overhaast

  1. met teveel haast, met teveel snelheid
    • Hij was zo overhaast dat hij zelfs zijn schooltas vergat mee te nemen. 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest overhaast(e)" worden gebruikt.[1][2]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen