overgrootvader

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·groot·va·der
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vader van iemands grootvader of grootmoeder’ voor het eerst aangetroffen in 1573 [1]
  • samenstelling van  over  en  grootvader 
enkelvoud meervoud
naamwoord overgrootvader overgrootvaders
verkleinwoord overgrootvadertje overgrootvadertjes

Zelfstandig naamwoord

overgrootvader m

  1. (familie) een vader van een grootouder
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen