overflow

Uit WikiWoordenboek


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·flow
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord overflow overflows
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

overflow m

  1. overloop als iets niet de capaciteit heeft om het aangebodene te verwerken
     Dirk Lybaert van Belgacom: "Wat wij hebben vastgesteld, is dat via ons systeem geen overflow is geweest naar systemen van klanten. Dus ook niet naar systemen van de Europese instanties."[2]
     Maar het tweede Amsterdamse Easyhotel richt zich ook op de omliggende bedrijven. "We krijgen steeds meer aanloop van een nieuw type zakenman, de zzp'er of de jonge creatieveling die kritisch naar de prijs kijkt. Ook zullen we in het hoogseizoen vaker te maken krijgen met overflow uit de Amsterdamse binnenstad."[3]
Synoniemen
  1. overloop
Hyponiemen


Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. overflow op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 6 april 2022 Weblink bron “Spionage Belgacom omvangrijker” (03-10-2013), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 6 april 2022 Weblink bron
    Herman Stil
    “Budgetslapers op eerste rang naast de Arena” (27 november 2016), Het Parool