overdrachtelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·drach·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overdrachtelijk overdrachtelijker overdrachtelijkst
verbogen overdrachtelijke overdrachtelijkere overdrachtelijkste
partitief overdrachtelijks overdrachtelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

overdrachtelijk

  1. (taalkunde) bij uitbreiding, wanneer er een ruimere interpretatie dan gebruikelijk aan wordt gegeven
  2. (taalkunde) figuurlijk, in oneigenlijke zin
    • De letterlijke en overdrachtelijke betekenis van het woord. 
     Maar vader is dus een struisvogel in de overdrachtelijke betekenis.[1]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142