outlaw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • out·law
Woordherkomst en -opbouw
  • van Engels, op te vatten als samenstelling van out en law,dus: "buiten de wet"
enkelvoud meervoud
naamwoord outlaw outlaws
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

outlaw m

  1. iemand die zich buiten de wet heeft geplaatst of vogelvrij is verklaard
    • Ze zijn, in de terminologie van hun wilde Westen, outlaw, vogelvrij verklaard, aan ieders vervolging blootgesteld. [1]
Synoniemen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Middeleeuws-Engelse woord outlaue, hetgeen is afgeleid van het Oud-Noorse woord ūtlagr, dat samengesteld is uit de woorden ūt ("uit" of "buiten") en lagr ("wet").[1]

Zelfstandig naamwoord

  1. iemand die zichzelf buiten de wet plaatst: schurk, boef
  2. iemand die van hogerhand buiten de wet is geplaatst: vogelvrije

Verwijzingen

  1. outlawed op thefreedictionary.com.