Naar inhoud springen

outil

Uit WikiWoordenboek
  • geattesteerd in de 12de eeuw als Oudfrans meervoud ustilz "benodigdheden voor een reis"; afkomstig van Latijn ustilum, enkelvoud van ustilia een alteratie van klassiek Latijn utensila "benodigdheden, meubels, gereedschap" [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  outil     l'outil     outils     les outils  

outil m

  1. (gereedschap) werktuig; instrument [1,2]; stuk gereedschap