oud-coach

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

oud-coach Wil Westphal tussen de atletes
Uitspraak
Woordafbreking
  • oud-coach
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oud-coach oud-coaches
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oud-coach m

  1. iemand die vroeger trainer was; voormalig coach
    • De oud-coach van Willem II en toekomstige trainer van Jong Orange was ook meegereisd naar Zuid-Amerika om alvast kennis te maken met spelers en leden van de technische staf. [1] 
    • "Diogo is extreem getalenteerd en heeft alles in zich een hele grote speler te worden. Zowel op fysiek, tactisch als technisch gebied", aldus José Mourinho, trainer van Manchester United en oud-coach van FC Porto. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen