Naar inhoud springen

otofoon

Uit WikiWoordenboek
1. Drie otofoons op een afbeelding uit 1894.
  • oto·foon
enkelvoud meervoud
naamwoord otofoon otofoons
verkleinwoord

deotofoonm

  1. (historisch) bij het oor gehouden hoorntje waarmee slechthorenden geluid uit een bepaalde richting kunnen opvangen en versterken
     Met de moderne hoorapparaten, de speech-amplifiers (de oude naam was otofoon) is het mogelijk het doofstomme kind zijn eigen stem te doen voelen.[2]
  1. otofoon op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 14 augustus 2025 Weblink bron Nieuws van Overal : Voor het doofstomme kind in: Het Nieuws : algemeen dagblad, jrg. 8 nr. 2171 (21 september 1950), A.J. Morpurgo, Paramaribo, p. 2 kol. 2