ossements
Uiterlijk
- geattesteerd in de 12de eeuw in het enkelvoud met betekenis "skelet", geleend van Kerklatijn ossamentum "botresten" [1]
- komt zelden in het enkelvoud voor
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| ossement | l'ossement | ossements | les ossements |
- ↑ ossements (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.