osmotisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • os·mo·tisch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen osmotisch osmotischer
verbogen osmotische osmotischere
partitief osmotisch osmotischers -

Bijvoeglijk naamwoord

osmotisch

  1. (medisch) door wederzijdse doordringing veroorzaakt
Vertalingen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.