orkestratrice
Uiterlijk
- or·kes·tra·tri·ce
- Naamwoord van handeling van orkestreren met het achtervoegsel -atrice
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | orkestratrice | orkestratrices |
| verkleinwoord | orkestratricetje | orkestratricetjes |
de orkestratrice v
- (beroep) vrouwelijke vorm van orkestrator
1.
- Het woord 'orkestratrice' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.