oriënteerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ori·en·teer·de

Werkwoord

vervoeging van
oriënteren

oriënteerde

  1. enkelvoud verleden tijd van oriënteren
    • Ik oriënteerde. 
    • Jij oriënteerde. 
    • Hij, zij, het oriënteerde.