orbita
Uiterlijk
- or·bi·ta
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | orbita | orbitae |
| verkleinwoord | - | - |
de orbita v
- (anatomie) elk van beide holtes in de schedel waar een oog in ligt
- ▸ Oorspronkelijk wilde professor Peeroz Saeed neurochirurg worden. Maar toen hij stage liep bij het orbitacentrum van het toenmalige AMC wist hij het zeker: hier kwamen al zijn interesses samen. De orbita ofwel oogkas is een complex geheel van zenuwen, vaten, bot en weefsels en vraagt een veelheid aan expertise en specialisatie om goed te kunnen opereren.[1]
- Het woord 'orbita' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie Loes Magnin“Oogkaschirurgie maakt het verschil voor patiënten” (8 maart 2021) op nrc.nl