opzijleggen
Uiterlijk
- Geluid: opzijleggen (hulp, bestand)
- op·zij·leg·gen
- samenstelling van opzij en leggen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| opzijleggen |
legde opzij |
opzijgelegd |
| zwak -d | volledig | |
opzijleggen
- overgankelijk geld ~ sparen, in een aparte pot doen
- Hij had daar aardig wat voor opzijgelegd.
- overgankelijk buiten de gebruikelijke roulatie leggen
- Na elke worp moeten er dobbelstenen opzijgelegd worden om nogmaals te mogen gooien.
- Het woord opzijleggen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal