optant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·tant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord optant optanten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

optant m

  1. (handel) iemand die in een optietransaktie betrokken is
  2. iemand die, bij overdracht van een gebiedsdeel van een staat aan een ander land, gebruik maakt van het recht om de oorspronkelijke nationaliteit te behouden
Hyponiemen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen