opstanding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·stan·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opstanding opstandingen
verkleinwoord opstandinkje opstandinkjes

Zelfstandig naamwoord

opstanding v

  1. verrijzenis
    • De aanslagen raken hem ook persoonlijk heel diep. „Ik heb er vanochtend ook over gepreekt. Pasen is het feest van de opstanding, van de overwinning van het leven op de dood. Voor al die mensen die zijn omgekomen en hun families vind ik het verschrikkelijk wat er is gebeurd. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia Herman Haverkate 21-04-19 Twentse pastoor Marc Oortman leeft mee met zijn vrienden op Sri Lanka
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be