opstandigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·stan·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opstandigheid opstandigheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

opstandigheid v

  1. het zich verzetten tegen het gezag; het in verzet komen tegen een autoriteit
     Theo zou het haar niet in dank afnemen als ze Cameron aanspoorde tot meer opstandigheid.[1]
     Het is een zeldzaam gebaar van opstandigheid: Chinese studenten in het buitenland die via sociale media laten weten dat ze klaar zijn met president Xi Jinping.[2]
Synoniemen
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Main, Sarah “Huis van eb en vloed” (2015), A.W. Bruna Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789044974515
  2. Bronlink geraadpleegd op 4 januari 2022 Weblink bron Tomas Riemens “Chinese studenten durven protest aan ondanks 'lange arm' Peking” (09-03-2018), NOS