oprichter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·rich·ter
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling oprichten met het achtervoegsel -er

enkelvoud meervoud
naamwoord oprichter oprichters
verkleinwoord oprichtertje oprichtertjes

Zelfstandig naamwoord

oprichter m

  1. (handel) iemand die een activiteit is gestart
    Albert Heijn was de oprichter van AH..
    Pim Fortuyn was de oprichter van de lijst Fortijn.
Synoniemen
  1. aanstichter, grondlegger, grondvester, stamvader