oprechtheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·recht·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oprechtheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

oprechtheid v

  1. de mate van oprecht zijn
    Hij toonde zijn oprechtheid door ze alles te vertellen.