opportunisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·por·tu·nis·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opportunisme
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

opportunisme o [1]

  1. (pejoratief) zich laten leiden door de omstandigheden en eigenbelang en niet door beginselen
    • M’jid El Guerrab stapte over van de Parti Socialiste naar de partij van president Macron. Opportunisme, vond een oud-collega. El Guerrab sloeg hem in elkaar met een motorhelm. [2] 
    • Volgens Assange is het belangrijk dat werknemers het recht hebben niet ontslagen te worden als ze ,,beleefd de 'verkeerde' mening verkondigen". Critici verwijten Assange opportunisme. Bij zijn baanaanbod linkt de veelbesproken Wikileaks-oprichter ook direct naar zijn boek 'When Google Met WikiLeaks'. Daarin bekritiseert hij de veronderstelde banden van Google met de Amerikaanse overheid. [3] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard DINSDAG 5 SEPTEMBER 2017
  3. Tubantia Gyurka Jansen 08-08-2017