opperwezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Tonatiuh het Azteekse opperwezen
Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per·we·zen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opperwezen opperwezens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

opperwezen o [1]

  1. een hypothetisch bovennatuurlijke entiteit die door gelovigen als machtig, bovenmenselijk wezen wordt aanbeden en verantwoordelijk wordt geacht voor bepaalde aspecten van de werkelijkheid, dan wel voor de werkelijkheid als geheel
    • "Nee hoor, ik ben geen maagd omdat een of ander opperwezen andere plannen met mij heeft, ik bewaar mezelf gewoon voor mezelf. Ik bewaar mezelf dus ook niet voor iemand anders. Zo romantisch ben ik niet. Ik bewaar mezelf helemaal voor mezelf."[2] 
    • "En dat is seks,"zeg ik dan. "Het is naar de sterren vliegen zonder hulp van de wetenschap of een opperwezen."[3] 
    • Van huis uit was Wessels orthodox gereformeerd, maar gaandeweg nam hij afstand. „Ik leef christelijk, maar ga niet naar de kerk”, zei hij in het interview met Quote. En ook: „Ik mijd deze gesprekken liever. Ik geloof wel dat er een Opperwezen is, maar het is lastig te bevatten. Ik kan alles begrijpen in deze wereld, maar op godsdienst krijg ik geen grip.”[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen