opperwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opperwater opperwateren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

opperwater o

  1. (waterbeheer) water dat van elders de rivier af komt stromen (dus niet afkomstig is van lokaal hemelwater)
     We hebben de stelling van Bervaes vorig jaar ook laten onderzoeken door het Waterloopkundig laboratorium en dat concludeerde dat de kans op overstromingen met versterkte dijken 200 maal kleiner is dan door hoog opperwater.[2]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 23-12-2021 Weblink bron Huib Goudriaan Waterwolf dwingt tot verhoging rivierdijken (16 januari 1992) in: Trouw op Wikipedia, blz. 9 kol. 5