oppermachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per·mach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen oppermachtig oppermachtiger oppermachtigst
verbogen oppermachtige oppermachtigere oppermachtigste
partitief oppermachtigs oppermachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

oppermachtig

  1. hoogste macht hebbend
  2. zeer machtig
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.