oppergod

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Zeus de oppergod van de Grieken
Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per·god
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van god met met het voorvoegsel opper-
enkelvoud meervoud
naamwoord oppergod oppergoden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oppergod m [1]

  1. godheid die in polytheïstische godsdiensten het pantheon overheerst.
    • De oude Egyptenaren waren ervan overtuigd dat oppergod Amon hier woonde. Om die reden bouwden ze diverse piramides rondom Djebel Barkal. Die staan bekend als de Nubische piramides. Later kwam dit gebied in handen van de Koesjieten. Zij gebruikten de piramides als begraafplaats voor hun koningen.[2] 
    • Het eiland staat tevens bekend vanuit de Griekse mythologie. Zeus, de grote oppergod, was vergeten om de zonnegod Helios een eiland aan te bieden en daarom steeg Rhodos op uit de zee als cadeau aan Helios.[3] 
    • Elke ochtend zie je Hindoes lopen met canang sari, de dagelijkse offers voor de oppergod van het Indonesische Hindoeïsme. Zo zie je goed de verbondenheid van de spirituele wereld met de natuur.[4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 08 feb. 2016
  3. de Telegraaf 27 jan. 2016
  4. de Telegraaf 10 sep. 2015