opper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: opper-
Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per
enkelvoud meervoud
naamwoord opper oppers
verkleinwoord oppertje oppertjes

Zelfstandig naamwoord

opper m

  1. hoop gemaaid en gedroogd gras [1] [2]
  2. opperwachtmeester [3]
  3. beschutting tegen de kracht van wind en zee [4] [5]
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
opperen

opper

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opperen
    • Ik opper. 
  2. gebiedende wijs van opperen
    • Opper! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opperen
    • Opper je? 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen