opper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: opper-
Uitspraak
Woordafbreking
  • op·per
enkelvoud meervoud
naamwoord opper oppers
verkleinwoord oppertje oppertjes

Zelfstandig naamwoord

opper m

  1. hoop gemaaid en gedroogd gras [1] [2]
  2. opperwachtmeester [3]
  3. beschutting tegen de kracht van wind en zee [4] [5]
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
opperen

opper

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opperen
    Ik opper.
  2. gebiedende wijs van opperen
    Opper!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opperen
    Opper je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. etymologiebank.nl
  4. etymologiebank.nl
  5. Woordenboek der Nederlandse taal