opgooi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·gooi
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
opgooien

opgooi

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opgooien
    • ... dat ik opgooi. 
enkelvoud meervoud
naamwoord opgooi opgooien
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

opgooim

  1. worp omhoog, vaak een beginhandeling bij sport of spel

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Meer informatie