opgeschoten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ge·scho·ten
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

opgeschoten

  1. lang
  2. bijna volwassen
Uitdrukkingen en gezegden
  • opgeschoten jongen: lastige jongen die bijna volwassen is

Werkwoord

vervoeging van
opschieten

opgeschoten

  1. voltooid deelwoord van opschieten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.