opgeruimd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ge·ruimd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: opruimen…
verbogen vorm: opgeruimde

opgeruimd

  1. voltooid deelwoord van opruimen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen