opgeprikt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ge·prikt
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: opprikken…
verbogen vorm: opgeprikte

opgeprikt

  1. voltooid deelwoord van opprikken

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be