opgemaakt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ge·maakt
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘met make-up getooid’ voor het eerst aangetroffen in 1950 [1]
  • vervoeging van opmaken: voltooid deelwoord, op te vatten als samenstelling van  op bw  en  gemaakt ww  [2]

Werkwoord

vervoeging van
opmaken

opgemaakt

  1. voltooid deelwoord van opmaken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen