opgebouwd
Uiterlijk
- op·ge·bouwd
| vervoeging van: | opbouwen… |
| verbogen vorm: | opgebouwde |
opgebouwd
- voltooid deelwoord van opbouwen
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | opgebouwd |
| verbogen | opgebouwde |
| partitief | opgebouwds |
opgebouwd
- gemaakt, ontwikkeld
- Hij heeft het huis met eigen handen opgebouwd.
- Hij heeft goede relaties met zijn klangen opgebouwd.
- ▸ Ook boer Henk Koster kwam afscheid nemen. "Ik heb de hele ontwikkeling meegemaakt, vanaf het begin. Lenie 't Hart kwam vroeger bij ons spullen lenen om zeehondenpups groot te krijgen. Wat hier is opgebouwd, is een succes voor Pieterburen én voor de zeehonden. Voor de levendigheid in het dorp was het beter geweest als het hier was gebleven", zei hij.[1]
- Het woord opgebouwd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "opgebouwd" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑
Weblink bron “Pieterburen is echt (bijna) leeg na vrijlating Ollie en Brandy” (20 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be