openingstijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ope·nings·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord openingstijd openingstijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

openingstijd m

  1. tijd dat een winkel, museum of andere instantie open is of gaat
    • Voordat je een museum gaat bezoeken moet je de openingstijden weten. 

Gangbaarheid