opendeurdag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bezoekers tijdens de opendeurdag van AZ - Alma
Uitspraak
Woordafbreking
  • open·deur·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opendeurdag opendeurdagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

opendeurdag m

  1. een kennismakingsdag bij een instelling, zoals een school of een overheidsinstituut, of bij een bedrijf, stichting of organisatie waar meestal geen kosten aan verbonden zijn
    • Terwijl vanuit Tielt het nieuws kwam dat alles nu helemaal ok is en er trots opendeurdagen werden gehouden, zijn er nu opnieuw beelden vrijgegeven van Animal Rights over een ander slachthuis. Deze keer zijn het runderen en ligt het slachthuis in Izegem, maar de beelden zijn hetzelfde: dieren worden mishandeld, slecht verdoofd en lijden pijn. [1] 
    • Een vriendin die in de gevangenis werkt, vertelde me dat lang niet alle reacties op dit soort projecten positief zijn. Bij de opendeurdag die de Nieuwewandeling ter ere van haar 150-jarig bestaan organiseerde, mopperden sommige bezoekers over de ‘luxe’ (lees: televisie) in de cel, hoe overbevolkt die cel verder ook is. [2] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Standaard 13 september 2017 edm
  2. NRC Annelies Verbeke 20 december 2012