opdeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de sektarische opdeling van Bagdad
Uitspraak
Woordafbreking
  • op·de·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opdeling opdelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

opdeling v

  1. verdeling van een geheel in afzonderlijke stukken
    • Zo'n splitsing is er nooit van gekomen, maar dat wil niet zeggen dat de gedachte van een opdeling volstrekt idioot is, zegt bestuurskundige Jan Schrijver. [1] 
    • De belangrijkste aanpassing is de opdeling van de supermarkt in twee schillen: de binnenste schil is een 'to go', een supermarkt zoals je die ook wel op stations vindt, de buitenste schil wordt een normale supermarkt met min of meer hetzelfde assortiment als de supermarkt hier al had. Het is het tweede filiaal waar dit gebeurt; op Schiphol bestaat het concept al.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Het Parool PATRICK MEERSHOEK 16 MEI 2017 Noxit begon als grap maar krijgt een lange adem
  2. Het Parool PRISCILLA TIENKAMP 29 JUNI 2015 'Shop-in-shop'Albert Heijn moet zowel bewoner als toerist tevreden stellen