oorden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oor·den

Zelfstandig naamwoord

oorden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord oord

Werkwoord

vervoeging van
oren

oorden

  1. meervoud verleden tijd van oren
    • Wij oorden. 
    • Jullie oorden. 
    • Zij oorden.