ooglens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de werking van de ooglens
Uitspraak
Woordafbreking
  • oog·lens
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ooglens ooglenzen
verkleinwoord ooglensje ooglensjes

Zelfstandig naamwoord

ooglens v/m [1]

  1. de lens van het oog, structuur in het oog, die zich tussen de cornea en het netvlies bevindt, meer specifiek achter de iris, en voor het glasachtig lichaam
    • Bijziende mensen hebben langgerekte, ovale ogen. Dat komt door het vele kijken naar voorwerpen die dichtbij staan, zoals schermen van een smartphone of een tablet. De ooglens moet zich steeds inspannen om het licht scherp op het netvlies te krijgen. Buiten is de hoeveelheid licht zo groot dat ontspanning van de lens ontstaat.[2] 
    • Bij staar wordt de lens in het oog troebel. De lens zit achter de pupil en de iris. Door de vertroebeling zien mensen minder scherp. Het komt vooral op latere leeftijd voor. Bij de ingreep wordt de ooglens weggehaald en vervangen door een nieuwe lens. Dat duurt ongeveer een half uur. Voor het herstel krijgt de patiënt tijdelijk een kapje op het oog. In Nederland wordt zo'n operatie 145.000 keer per jaar uitgevoerd, aldus het Oogfonds.[3] 
    • Laatst had een man hier een leesbril gekocht en hij spoorde zijn vrouw aan ook een meting te doen. ’Nee, nee’, riep die. Uiteindelijk heeft ze wel getest en bleek ze een leesbril nodig te hebben.” Ook bij Pearle merken ze dat klanten een leesbril graag nog even uitstellen. „Vanaf 40 jaar wordt de ooglens minder flexibel, maar de meeste klanten schaffen op hun 43ste een leesbril aan”, zegt Kim Wensing optometrist bij Pearle Opticiens.[4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 13 dec. 2017
  3. de Telegraaf 30 okt. 2015
  4. de Telegraaf WOODY SWARTE 17 jan. 2013