oogcontact
Uiterlijk
- Geluid: oogcontact (hulp, bestand)
- IPA: / ˈoxkɔnˌtɑkt / (3 lettergrepen)
- oog·con·tact
- samenstelling van oog en contact
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oogcontact | |
| verkleinwoord |
het oogcontact o
- (communicatie) een verbinding met iemand hebben door elkaar aan te kijken, het is een vorm van non-verbale communicatie
- De jongen en het meisje hadden oogcontact in de trein, tijdens hun bruiloftsfeest bleek het letterlijk verliefdheid op het eerste gezicht te zijn.
- Aan de overkant van het bad zag ik een jongen met donker, krullend haar. Hij fronste zijn wenkbrauwen en toen ik oogcontact zocht, keek hij met bezorgde blik om zich heen. [1]
- Mensen met autisme maken moeilijk oogcontact.
- Het woord oogcontact staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "oogcontact" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Sandes, DavidDe wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 21
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Communicatie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %