oogbal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

doorsnede van de menselijke oogbal
Uitspraak
Woordafbreking
  • oog·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oogbal oogballen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

oogbal m

  1. (anatomie) het gehele oog dus niet alleen maar het deel dat van buitenaf zichtbaar is
    • Dit is het dus. Ik staar in de ogen van een soort Gandalf. Die zijn lange wit-grijze haren onder een te hip honkbalpetje heeft gestoken en een T-shirt draagt met daarop een enorme, bloeddoorlopen oogbal. Onder zijn wijde spijkerbroek blinken zilveren glittergympen. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Frank Provoost 14 december 2016

Meer informatie