onzinnigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·zin·nig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onzinnigheid onzinnigheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

onzinnigheid v [1]

  1. het helemaal fout zijn van iets
     De onzinnigheid van de conclusie (Achilles haalt de schildpad nooit in) was het gevolg van het aannemen van discontinue bewegingseenheden, terwijl de beweging van Achilles en van de schildpad een continue was.[2]
     Volgens Hanczewski blijkt uit de publieke reactie de onzinnigheid van de waarschuwing van sommige impresario's 'dat mensen er niet mee kunnen omgaan'. "Dertig jaar geleden kwamen sommige acteurs nog in de problemen. Maar we leven nu echt in een andere tijd."[3]
  2. iets dat helemaal fout is
     "Als hij zegt: "Grenzen dicht voor terroristen", dan denk ik wat een onzinnigheid", zei Wienen vanmiddag in het programma Kamerbreed (AVROTROS) op NPO Radio 1. Volgens hem zijn er nou eenmaal vluchtelingen in Nederland en daar moet men iets mee.[4]
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Leo Tolstoj op Wikipedia “Oorlog en Vrede” (1869), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028251151
  3. Bronlink geraadpleegd op 16 januari 2022 Weblink bron “Duitse acteurs en masse uit de kast: 'We willen afrekenen met stereotypen'” (05-02-2021), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 16 januari 2022 Weblink bron “VNG-voorman: Wilders meest negatieve politicus” (26-12-2015), NOS