onzichtbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·zicht·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onzichtbaar onzichtbaarder onzichtbaarst
verbogen onzichtbare onzichtbaardere onzichtbaarste
partitief onzichtbaars onzichtbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

onzichtbaar

  1. niet waarneembaar voor het oog
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·zicht·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onzichtbaar onzichtbaarder onzichtbaarst
verbogen onzichtbare onzichtbaardere onzichtbaarste
partitief onzichtbaars onzichtbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

onzichtbaar

  1. niet te zien
    De onzichtbare man was een bekend televisieserie
Antoniemen