onwaarschijnlijk
Uiterlijk
- on·waar·schijn·lijk
- Afgeleid van waarschijnlijk met het voorvoegsel on-
onwaarschijnlijk
- een geringe kans bezittend om waar te worden of te blijken
- Hij voerde de onwaarschijnlijkste redenen aan.
- ▸ Maar dat de telefoon van duizenden mensen werd afgeluisterd? Dat was alleen om praktische redenen al onwaarschijnlijk.[1]
- ▸ Jarenlang procederen zal tijd en energie kosten die kwekers liever in hun product hadden gestoken, vreest Cusani. Dat zijn werknemers de komende maanden opnieuw de Calabrese heuvels vol kunnen planten met hennep, is zeer onwaarschijnlijk.[2]
- Het woord onwaarschijnlijk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044633535 - ↑
Weblink bron Heleen D'Haens“Hennepverbod Italië wekt verbazing: 'net zo gevaarlijk als een kerstomaatje'” (13 april 2025), NOS