onverwachts

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·wachts
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

onverwachts

  1. onverwacht

Bijwoord

onverwachts

  1. tegen de verwachting in
    • Hij kwam onverwachts op bezoek. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

onverwachts

  1. partitief van de stellende trap van onverwacht

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.